Schat zoeken in Jakarta

MA student Sanne Ravensbergen deed onderzoek voor haar MA Thesis in Jakarta.

‘Bannelingen, Buffels, Buitenzorg…’ In het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) lees ik lange lijsten met onderwerpen die hot and happening waren in de 19e eeuw in Nederlands-Indië. Voor mijn studie Geschiedenis doe ik twee maanden afstudeeronderzoek in de bijzondere koloniale archieven van Jakarta. In oude processtukken uit het begin van de 19e eeuw lees ik over Chinezen en Javanen die ter dood veroordeeld werden. 
Het kan even duren voordat ik die processtukken heb gevonden in het archief. Pas als ik op de lijsten de goede term heb gevonden, ga ik op zoek naar de besluiten die daarbij horen. Die datum schrijf ik weer op een briefje en dan gaan medewerkers in het depot op zoek. Vaak blijkt dat het besluit niet is waar ik op hoopte. Of het is kwijt. Of het is niet leesbaar. Of het meest essentiële deel ontbreekt. Maar, als het wel een compleet dossier is dan ben ik de rest van de dag zoet. Ik ben vooral benieuwd naar de ideeën die de Hollandse rechters in Nederlands-Indië hadden over criminaliteit en ’landaard’. U begrijpt, ik (devoot drinker van thee) ben inmiddels wel begonnen met het naar binnen gieten van sloten koffie. Onleesbare handschriften van tweehonderd jaar oud zijn echt veel makkelijker te ontcijferen met een wakker hoofd.
Dat ik de mogelijkheid heb om onderzoek te doen in dit bijzondere archief is te danken aan een Memory of Understanding (MOU) dat in 2004 werd getekend door het ANRI, de Universiteit Leiden en het Nationaal Archief in Den Haag. Sindsdien is er een intensieve kennisuitwisseling gaande tussen Leiden, Den Haag en Jakarta op het gebied van archivistiek en het gebruik van de Nederlandstalige bronnen in Indonesië.


Elke bundel een dissertatie
Het is februari, dus het regent. Ik zit in de auto bij Djoko Utomo (60), voormalig directeur van het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI). We scheuren over de weg richting een van de vele malls van Jakarta Selatan voor een Starbucks-koffie en een gesprek over de samenwerking van het ANRI met de Universiteit Leiden en het Nationaal Archief in Den Haag.
Utomo praat aan een stuk door over het belang van de MOU:  “De overeenkomst is belangrijk voor beide partijen. Wij kunnen medewerkers van ANRI naar Nederland sturen voor een echte archiefopleiding. En voor studenten en onderzoekers uit Nederland is het archief hier heel interessant. Veel is nog niet onderzocht. Het is een maagdelijk archief.” Als we even later aan de koffie zitten zegt hij: “Professor Blussé van de Universiteit Leiden heeft mij gezegd dat elke bundel in het ANRI een dissertatie waard is.”

Een telefoontje naar Leiden leert dat ook dr. Alicia Schrikker (33), universitair docent aan de Universiteit Leiden, enthousiast is over de samenwerking: “Studenten en onderzoekers uit Leiden en Den Haag kunnen nu onderzoek doen in Jakarta zonder dat ze door een lange, bureaucratische molen moeten. Voor studenten is het een goede ervaring om onderzoek te doen in een ander land. En het archiefmateriaal is natuurlijk heel bijzonder. Met name over het lokaal bestuurin Nederlands-Indië is veel meer in Jakarta te vinden dan in Den Haag.”
Schrikker is tevens coördinator van Encompass, een opleidingsprogramma  in Leiden voor Aziatische studenten, die geïnteresseerd zijn in de Nederlandstalige bronnen van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en het koloniale bestuur. De studenten leren in Leiden de Nederlandse taal en volgen colleges over Europese expansie, heuristiek en historiografie van de Aziatische geschiedenis. “Het is een heel intensief programma. Er zijn weinig studenten die zoveel begeleiding krijgen als de Encompass-studenten,”aldus Schrikker. Ze voegt er direct aan toe: “Daar staat tegenover dat er ook maar weinig studenten zijn die zo hard werken.”
Vooral het leren lezen van 17e eeuws Nederlands lijkt mij een enorme opgave voor iemand die voorheen geen woord Nederlands sprak. Schrikker beaamt dat dit soms problemen kan opleveren: “Het blijkt dat vooral de Indonesische studenten moeite hebben met het leren van Nederlands. Ten eerste is het Indonesische schoolsysteem niet ingericht op het systematisch aanleren van andere talen, dus die ervaring hebben ze niet. Daarnaast is Nederlands toch een totaal ander soort taal dan het Indonesisch. Daarbij kun je een goed historicus zijn, zonder een goede taalkundige te zijn.” 
Een deel van de studenten is historisch georiënteerd, maar er zijn ook archivarissen in spé bij. Die komen voornamelijk van het ANRI. “Wij hadden ook graag medewerkers van de archieven in bijvoorbeeld Sri Lanka en Maleisië in het programma gehad, maar dat bleek lastig te zijn, omdat hun opleidingsniveau niet hoog genoeg bleek.”
Na afloop van de opleiding in Leiden keren de archivarissen van het ANRI terug naar Jakarta om hun opgedane kennis toe te passen. “Het ANRI had een aantal problemen,” zegt Schrikker. “Ten eerste waren er te weinig medewerkers die het Nederlands goed beheersten. Ten tweede was er te weinig kennis over de manier waarop het Nederlandstalige archief gestructureerd was. Aangezien die structuur overeenkomt met de archieven in Nederland, is er in Den Haag meer expertise op dat gebied.”

Rampenbestrijding
Nadia Fauziah Dwiandari (30) behoorde tot de eerste lichting Encompass-studenten, die naar Leiden kwam. Net als de andere Indonesische studenten doorliep zij eerst een strenge selectieprocedure. Na een eerste ronde werden vijftien studenten  uitgenodigd voor een introductieprogramma aan de Universiteit in Yogyakarta. “We kregen een maandlang een cursus Engels en geschiedenis. We leerden ook over het leven in Nederland. De punctualiteit en het transport bijvoorbeeld. En dat je niet zomaar bij iemand langs kunt gaan.”
Een commissie in Nederland besloot vervolgens dat Nadia aan het programma mocht deelnemen. Van het eerste jaar herinnert ze zich vooral heel hard werken: “We woonden het eerste jaar allemaal bij elkaar in een huis, dus we waren een hechte groep. Een meisje van onze groep moest na de kerst terug naar huis, omdat haar resultaten niet goed genoeg waren. Toen we wisten dat zoiets kon gebeuren, gaf het extra druk.”
Hoewel ze het weer en het eten helemaal niets vond, “jullie gebruiken alleen peper en zout”, zag Nadia ook veel voordelen aan Nederland: “Ik hou van orde en dat iedereen elkaars individuele rechten respecteert. Het was in het begin wel moeilijk dat iedereen zo direct is, maar inmiddels zeggen mijn vrienden dat ik dat nu ook ben. Ik merk zelfs dat ik nu in Indonesië soms ongeduldig ben als iets niet gaat zoals het moet.”
Schrikker merkt als coördinator regelmatig hoe lastig het verblijf in Leiden voor Indonesische studenten kan zijn: “Vooral het begin van het semester in augustus is vaak precies het begin van de ramadan, een periode die ze normaal veel besteden met familie. Dat vind ik soms moeilijk om te zien. Ik wil graag dat iedereen gelukkig is, maar sommigen zien het echt als een opoffering,” vertelt ze. “Er zijn zelfs twee mannelijke studenten geweest, wiens vrouw een kind kreeg terwijl zij in Nederland studeerden. Gelukkig werd een baby precies geboren tijdens de kerstvakantie toen hij net even terug was.”
Aan het eind van de eenjarige opleiding, blijven de meeste studenten in Leiden voor het volgen van een master. De beste studenten krijgen de kans een tweejarige onderzoeksmaster te doen. Bij het kiezen van een onderwerp voor hun scriptie, blijkt dat de Aziatische studenten vaak net een andere invalshoek hebben. “De vragen die ze stellen zijn vaak minder koloniaal en meer vanuit het perspectief van de problematiek van nu,” is de ervaring van Schrikker. “Een studente doet bijvoorbeeld onderzoek naar watermanagement tijdens de koloniale periode. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de rampenbestrijding.”

Verliefd op het archief
Nadia was een van de studenten die toegelaten werden tot de tweejarige onderzoeksmaster. Inmiddels is ze terug in Jakarta en als promovenda verbonden aan het ANRI. Voor haar promotieonderzoek ziet zij zich voor een enorme uitdaging gesteld. Zij inventariseert het archief van de Algemeene Sekretarie, het moederarchief van de koloniale regering. “Veel mensen vragen naar dit archief. Er zitten veel onontdekte schatten in. Ik vroeg mij af hoe het mogelijk is dat er nog niet systematisch geïnventariseerd is.”
Na een eerste bezoek aan het depot werd de omvang van het probleem duidelijk: “Het is enorm. Het archief van de Algemene Sekretarie beslaat bijna twee verdiepingen.” Vooral de periode 1890 tot 1940 is een groot probleem, omdat er toen bundels werden gevormd op onderwerp. Documenten zijn verdwenen van de juiste datum en nauwelijks meer terug te vinden. “Daar zit veel interessants tussen, waar nu niemand nog bij kan. “


Nadia zegt tijdens haar opleiding in Nederland te zijn gaan beseffen dat er niet alleen sprake is van een technisch probleem. “Je zou een pak documenten kunnen pakken en gaan beginnen met beschrijven, maar het doel van Encompass was juist dat je eerst leert begrijpen wat het inhoudelijke doel was van dit archief. De historicus ziet vaak de inhoud en de archivaris de ordening. Professor Jeurgens van de Universiteit Leiden verwachtte van ons dat wij die twee werkvelden combineren.”
Gedurende haar tijd in Nederland, en met name tijdens een stage in het Nationaal Archief, raakte Nadia  onomkeerbaar gefascineerd door de archivistiek. “Professor Jeurgens zei dat hij mij tijdens mijn stage in het Nationaal Archief in Den Haag verliefd zag worden op het archief.’ En dat klopt wel. Ik vind het een fascinerende wereld. Het is heel spannend. Ik wil iets bijdragen aan dit archief, aan dit instituut. Iedereen moet kunnen zien dat dit geen verzameling saaie documenten en papieren is.”

Centrum van excellentie
Geïnspireerd door Nadia’s enthousiasme ga ik in de leeszaal van het archief weer aan de slag met mijn eigen onderwerp. Ik lees nieuwe dossiers over de moord op een schoonmoeder in 1842 en een officier van justitie die een gewetenloze moordenaar blijkt te zijn uit 1836. De Nederlandse rechters zagen zich voor de uitdaging gesteld om te oordelen over mensen met een andere culturele achtergrond. Dit vertaalde zich in beschouwingen over “Chinese vaderliefde” om de moord op een schoonmoeder te verklaren. Ook werd geschreven over de veronderstelde “Islamitische gewoonte van wraakneming” en “Javaanse onderdanigheid” in het geval van een moord gepleegd in opdracht van een inlands hoofd.
Bij het openen van ieder nieuw gratiedossier leer ik meer over de koloniale wereld in het begin van de 19e eeuw. Ik begin mij af te vragen wat voor mannen deze Hollandse rechters waren, die het lot van zoveel mensen in handen hadden. Welke boeken stonden in hun boekenkast? Waar discussieerden zij over tijdens diners? Welke ideologieën brachten zij mee vanuit Europa? En werden ze ook, bewust of onbewust, beïnvloed door de normen en waarden van de Chinese en Javaanse inwoners? Soms lijkt het wel alsof ik tijdens het lezen van het archiefmateriaal alleen maar meer vragen krijg in plaats van antwoorden.
Bovenal is het heel leuk om onderzoek te doen in het ANRI. Waarschijnlijk lees ik regelmatig dossiers die sinds hun samenstelling niet meer zijn geopend door iemand. Het is net schat zoeken. Ik ben dus maar wat blij met de MOU. Zonder deze overeenkomst zat ik nu niet op een balkon in de tropen dit artikel te typen en, veel belangrijker, was ik al het waardevolle archiefmateriaal voor mijn afstudeeronderzoek mis gelopen.
Utomo knikt tevreden als ik hem dit vertel tijdens ons interview in de Starbucks. Hij heeft nog veel plannen voor de toekomst: “Ik ben nu met pensioen, maar ik zou graag willen dat het ANRI het centrum van excellentie wordt van de VOC-studies. Het is het geheugen van de wereld en wij hebben het grootste archief. Er is hier 2,5 kilometer VOC-archief.” Dat is bijna twee keer zoveel als in Nederland. “In Zuid-Afrika 600, Sri Lanka 300 en in India 60 meter,” somt hij trots op. Maar, eerst moet het archief gedigitaliseerd worden, vindt hij. “Iedereen zou overal ter wereld via internet toegang moeten hebben tot de inventaris.” Daarnaast is ook het behoud van het archief belangrijk. “Op dit moment is 20 procent van het VOC-archief in gevaar. Soms is het bijna niet meer te lezen.”
De laatste studenten die via Encompass in Nederland opgeleid worden, vertrekken in 2010. Het studiebeursprogramma is daarna afgelopen. Utomo zou graag meer van zijn voormalig medewerkers opgeleid zien worden in Leiden: “Ik vind dat we door moeten gaan.” Een betere opleiding van de medewerkers van het ANRI zorgt voor de ontsluiting van het archief. En dat levert weer een leeszaal in Jakarta op die vol is met studenten en onderzoekers.  “Waar is een archief voor als niemand het gebruikt?”

Door de Memory of Understanding is het ANRI makkelijker toegankelijk geworden voor onderzoekers en studenten verbonden aan de Universiteit Leiden of het Nationaal Archief in Den Haag. Andere geïnteresseerden in het archiefmateriaal in Jakarta wordt aangeraden ruim van tevoren contact op te nemen met het ANRI,

Last Modified: 09-07-2010