Even voorstellen: Donald Haks
Sinds 15 februari werk ik bij het Instituut voor Geschiedenis. Het is daarom een geschikt moment iets over mijzelf en mijn werk te vertellen.
Mijn naam is Donald Haks. Tussen 1969 en 1975 heb ik in Leiden geschiedenis gestudeerd. Tijdens mijn studie groeide mijn belangstelling voor wat toen ‘mentaliteitsgeschiedenis’ werd genoemd en nu ruimer onder cultuurgeschiedenis valt: de geschiedenis van dagelijkse ideeënkaders, normen en attitudes. Met dat ideaal voor ogen heb ik tussen 1976 en 1980 in Leiden als promotie-assistent bij Ivo Schöffer aan mijn proefschrift gewerkt dat in 1982 uitkwam (Huwelijk en gezin in Holland in de 17e en 18e eeuw). De wetenschappelijke discussie over de ‘moderniteit’ van het gezin en de affectieve relaties tussen partners en ouders en kinderen vormde de achtergrond. Een mentaliteitshistorische studie werd het niet helemaal; meer is het boek een sociale en ideeënhistorische studie.
Van 1992 tot begin 2010 ben ik directeur van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) in Den Haag geweest. Wat mij daar aantrok was het werk aan voor het vak noodzakelijke en duurzame werken als bronnenuitgaven, databanken en naslagwerken, zoals de bibliografie voor Nederlandse geschiedenis en de biografische woordenboeken, nu zelfs voorzien van een superstructuur via het Biografisch Portaal. Het ING zal binnen ongeveer een jaar fuseren met het Huygens Instituut en overgaan van NWO naar KNAW. Dat kan een sterke stap blijken te zijn. Na 18 jaar ING leek het mij dat het nieuwe instituut ook nieuwe gezichten kan gebruiken en zo ben ik (met medewerking van NWO) bij de Universiteit Leiden terechtgekomen.
Hier zal ik onderwijs geven en aan mijn onderzoek werken. In de afgelopen jaren heb ik enkele artikelen gepubliceerd over nieuws en publiciteit, in het bijzonder over de periode 1672-1713, toen de Nederlandse Republiek in oorlog was met Frankrijk. Welke informatie was beschikbaar, welke vormen van publiciteit werden gebruikt (tekst, beeld, mondeling), welke boodschap werd uitgedragen en wat zegt dit alles over de mening en houding in de Republiek tegenover oorlog, de ander en zichzelf? In 2013 vindt de viering van 300 jaar Vrede van Utrecht plaats en dan moet er een mooi resultaat ter tafel liggen.